bm0
Jezus ging weer naar het meer. Er kwam een grote groep
mensen naar hem toe. Jezus gaf ze uitleg over God. Onderweg zag hij Levi, de
zoon van Alfeüs, bij het tolhuis zitten. Jezus zei tegen hem: ‘Kom, ga met mij
mee.’ Levi stond op en ging met Jezus mee. Later gingen Jezus en zijn
leerlingen eten bij Levi thuis. Daar waren ook veel tollenaars en allerlei
slechte mensen. Want er gingen steeds veel van dat soort mensen met Jezus mee. De
wetsleraren die bij de farizeeën hoorden, zagen wat Jezus deed. Ze zeiden tegen
zijn leerlingen: ‘Je hoort niet te eten met tollenaars en slechte mensen.’ Toen
Jezus dat hoorde, zei hij: ‘Een dokter is er niet voor gezonde mensen, maar
voor zieke mensen. Met mij is het net zo. Ik ben er niet voor goede mensen.
Maar ik ben gekomen om aan slechte mensen het goede nieuws te vertellen.’ Jezus
ging weer naar het meer. Er kwam een grote groep mensen naar hem toe. Jezus gaf
ze uitleg over God. Onderweg zag hij Levi, de zoon van Alfeüs, bij het tolhuis
zitten. Jezus zei tegen hem: ‘Kom, ga met mij mee.’ Levi stond op en ging met
Jezus mee. Later gingen Jezus en zijn leerlingen eten bij Levi thuis. Daar
waren ook veel tollenaars en allerlei slechte mensen. Want er gingen steeds
veel van dat soort mensen met Jezus mee. De wetsleraren die bij de farizeeën
hoorden, zagen wat Jezus deed. Ze zeiden tegen zijn leerlingen: ‘Je hoort niet
te eten met tollenaars en slechte mensen.’ Toen Jezus dat hoorde, zei hij: ‘Een
dokter is er niet voor gezonde mensen, maar voor zieke mensen. Met mij is het
net zo. Ik ben er niet voor goede mensen. Maar ik ben gekomen om aan slechte
mensen het goede nieuws te vertellen.’
Jezus ging weer naar het meer. Er kwam een grote groep
mensen naar hem toe. Jezus gaf ze uitleg over God. Onderweg zag hij Levi, de
zoon van Alfeüs, bij het tolhuis zitten. Jezus zei tegen hem: ‘Kom, ga met mij
mee.’ Levi stond op en ging met Jezus mee. Later gingen Jezus en zijn
leerlingen eten bij Levi thuis. Daar waren ook veel tollenaars en allerlei
slechte mensen. Want er gingen steeds veel van dat soort mensen met Jezus mee. De
wetsleraren die bij de farizeeën hoorden, zagen wat Jezus deed. Ze zeiden tegen
zijn leerlingen: ‘Je hoort niet te eten met tollenaars en slechte mensen.’ Toen
Jezus dat hoorde, zei hij: ‘Een dokter is er niet voor gezonde mensen, maar
voor zieke mensen. Met mij is het net zo. Ik ben er niet voor goede mensen.
Maar ik ben gekomen om aan slechte mensen het goede nieuws te vertellen.’
Jezus ging weer naar het meer. Er kwam een grote groep
mensen naar hem toe. Jezus gaf ze uitleg over God. Onderweg zag hij Levi, de
zoon van Alfeüs, bij het tolhuis zitten. Jezus zei tegen hem: ‘Kom, ga met mij
mee.’ Levi stond op en ging met Jezus mee. Later gingen Jezus en zijn
leerlingen eten bij Levi thuis. Daar waren ook veel tollenaars en allerlei
slechte mensen. Want er gingen steeds veel van dat soort mensen met Jezus mee. De
wetsleraren die bij de farizeeën hoorden, zagen wat Jezus deed. Ze zeiden tegen
zijn leerlingen: ‘Je hoort niet te eten met tollenaars en slechte mensen.’ Toen
Jezus dat hoorde, zei hij: ‘Een dokter is er niet voor gezonde mensen, maar
voor zieke mensen. Met mij is het net zo. Ik ben er niet voor goede mensen.
Maar ik ben gekomen om aan slechte mensen het goede nieuws te vertellen.’
Jezus ging weer naar het meer. Er kwam een grote groep
mensen naar hem toe. Jezus gaf ze uitleg over God. Onderweg zag hij Levi, de
zoon van Alfeüs, bij het tolhuis zitten. Jezus zei tegen hem: ‘Kom, ga met mij
mee.’ Levi stond op en ging met Jezus mee. Later gingen Jezus en zijn
leerlingen eten bij Levi thuis. Daar waren ook veel tollenaars en allerlei
slechte mensen. Want er gingen steeds veel van dat soort mensen met Jezus mee. De
wetsleraren die bij de farizeeën hoorden, zagen wat Jezus deed. Ze zeiden tegen
zijn leerlingen: ‘Je hoort niet te eten met tollenaars en slechte mensen.’ Toen
Jezus dat hoorde, zei hij: ‘Een dokter is er niet voor gezonde mensen, maar
voor zieke mensen. Met mij is het net zo. Ik ben er niet voor goede mensen.
Maar ik ben gekomen om aan slechte mensen het goede nieuws te vertellen.’
Jezus ging weer naar het meer. Er kwam een grote groep
mensen naar hem toe. Jezus gaf ze uitleg over God. Onderweg zag hij Levi, de
zoon van Alfeüs, bij het tolhuis zitten. Jezus zei tegen hem: ‘Kom, ga met mij
mee.’ Levi stond op en ging met Jezus mee. Later gingen Jezus en zijn
leerlingen eten bij Levi thuis. Daar waren ook veel tollenaars en allerlei
slechte mensen. Want er gingen steeds veel van dat soort mensen met Jezus mee. De
wetsleraren die bij de farizeeën hoorden, zagen wat Jezus deed. Ze zeiden tegen
zijn leerlingen: ‘Je hoort niet te eten met tollenaars en slechte mensen.’ Toen
Jezus dat hoorde, zei hij: ‘Een dokter is er niet voor gezonde mensen, maar
voor zieke mensen. Met mij is het net zo. Ik ben er niet voor goede mensen.
Maar ik ben gekomen om aan slechte mensen het goede nieuws te vertellen.’
Jezus ging weer naar het meer. Er kwam een grote groep
mensen naar hem toe. Jezus gaf ze uitleg over God. Onderweg zag hij Levi, de
zoon van Alfeüs, bij het tolhuis zitten. Jezus zei tegen hem: ‘Kom, ga met mij
mee.’ Levi stond op en ging met Jezus mee. Later gingen Jezus en zijn
leerlingen eten bij Levi thuis. Daar waren ook veel tollenaars en allerlei
slechte mensen. Want er gingen steeds veel van dat soort mensen met Jezus mee. De
wetsleraren die bij de farizeeën hoorden, zagen wat Jezus deed. Ze zeiden tegen
zijn leerlingen: ‘Je hoort niet te eten met tollenaars en slechte mensen.’ Toen
Jezus dat hoorde, zei hij: ‘Een dokter is er niet voor gezonde mensen, maar
voor zieke mensen. Met mij is het net zo. Ik ben er niet voor goede mensen.
Maar ik ben gekomen om aan slechte mensen het goede nieuws te vertellen.’
Jezus ging weer naar het meer. Er kwam een grote groep
mensen naar hem toe. Jezus gaf ze uitleg over God. Onderweg zag hij Levi, de
zoon van Alfeüs, bij het tolhuis zitten. Jezus zei tegen hem: ‘Kom, ga met mij
mee.’ Levi stond op en ging met Jezus mee. Later gingen Jezus en zijn
leerlingen eten bij Levi thuis. Daar waren ook veel tollenaars en allerlei
slechte mensen. Want er gingen steeds veel van dat soort mensen met Jezus mee. De
wetsleraren die bij de farizeeën hoorden, zagen wat Jezus deed. Ze zeiden tegen
zijn leerlingen: ‘Je hoort niet te eten met tollenaars en slechte mensen.’ Toen
Jezus dat hoorde, zei hij: ‘Een dokter is er niet voor gezonde mensen, maar
voor zieke mensen. Met mij is het net zo. Ik ben er niet voor goede mensen.
Maar ik ben gekomen om aan slechte mensen het goede nieuws te vertellen.’
Jezus ging weer naar het meer. Er kwam een grote groep
mensen naar hem toe. Jezus gaf ze uitleg over God. Onderweg zag hij Levi, de
zoon van Alfeüs, bij het tolhuis zitten. Jezus zei tegen hem: ‘Kom, ga met mij
mee.’ Levi stond op en ging met Jezus mee. Later gingen Jezus en zijn
leerlingen eten bij Levi thuis. Daar waren ook veel tollenaars en allerlei
slechte mensen. Want er gingen steeds veel van dat soort mensen met Jezus mee. De
wetsleraren die bij de farizeeën hoorden, zagen wat Jezus deed. Ze zeiden tegen
zijn leerlingen: ‘Je hoort niet te eten met tollenaars en slechte mensen.’ Toen
Jezus dat hoorde, zei hij: ‘Een dokter is er niet voor gezonde mensen, maar
voor zieke mensen. Met mij is het net zo. Ik ben er niet voor goede mensen.
Maar ik ben gekomen om aan slechte mensen het goede nieuws te vertellen.’
Jezus ging weer naar het meer. Er kwam een grote groep
mensen naar hem toe. Jezus gaf ze uitleg over God. Onderweg zag hij Levi, de
zoon van Alfeüs, bij het tolhuis zitten. Jezus zei tegen hem: ‘Kom, ga met mij
mee.’ Levi stond op en ging met Jezus mee. Later gingen Jezus en zijn
leerlingen eten bij Levi thuis. Daar waren ook veel tollenaars en allerlei
slechte mensen. Want er gingen steeds veel van dat soort mensen met Jezus mee. De
wetsleraren die bij de farizeeën hoorden, zagen wat Jezus deed. Ze zeiden tegen
zijn leerlingen: ‘Je hoort niet te eten met tollenaars en slechte mensen.’ Toen
Jezus dat hoorde, zei hij: ‘Een dokter is er niet voor gezonde mensen, maar
voor zieke mensen. Met mij is het net zo. Ik ben er niet voor goede mensen.
Maar ik ben gekomen om aan slechte mensen het goede nieuws te vertellen.’
Jezus ging weer naar het meer. Er kwam een grote groep
mensen naar hem toe. Jezus gaf ze uitleg over God. Onderweg zag hij Levi, de
zoon van Alfeüs, bij het tolhuis zitten. Jezus zei tegen hem: ‘Kom, ga met mij
mee.’ Levi stond op en ging met Jezus mee. Later gingen Jezus en zijn
leerlingen eten bij Levi thuis. Daar waren ook veel tollenaars en allerlei
slechte mensen. Want er gingen steeds veel van dat soort mensen met Jezus mee. De
wetsleraren die bij de farizeeën hoorden, zagen wat Jezus deed. Ze zeiden tegen
zijn leerlingen: ‘Je hoort niet te eten met tollenaars en slechte mensen.’ Toen
Jezus dat hoorde, zei hij: ‘Een dokter is er niet voor gezonde mensen, maar
voor zieke mensen. Met mij is het net zo. Ik ben er niet voor goede mensen.
Maar ik ben gekomen om aan slechte mensen het goede nieuws te vertellen.’
Jezus ging weer naar het meer. Er kwam een grote groep
mensen naar hem toe. Jezus gaf ze uitleg over God. Onderweg zag hij Levi, de
zoon van Alfeüs, bij het tolhuis zitten. Jezus zei tegen hem: ‘Kom, ga met mij
mee.’ Levi stond op en ging met Jezus mee. Later gingen Jezus en zijn
leerlingen eten bij Levi thuis. Daar waren ook veel tollenaars en allerlei
slechte mensen. Want er gingen steeds veel van dat soort mensen met Jezus mee. De
wetsleraren die bij de farizeeën hoorden, zagen wat Jezus deed. Ze zeiden tegen
zijn leerlingen: ‘Je hoort niet te eten met tollenaars en slechte mensen.’ Toen
Jezus dat hoorde, zei hij: ‘Een dokter is er niet voor gezonde mensen, maar
voor zieke mensen. Met mij is het net zo. Ik ben er niet voor goede mensen.
Maar ik ben gekomen om aan slechte mensen het goede nieuws te vertellen.’
Jezus ging weer naar het meer. Er kwam een grote groep
mensen naar hem toe. Jezus gaf ze uitleg over God. Onderweg zag hij Levi, de
zoon van Alfeüs, bij het tolhuis zitten. Jezus zei tegen hem: ‘Kom, ga met mij
mee.’ Levi stond op en ging met Jezus mee. Later gingen Jezus en zijn
leerlingen eten bij Levi thuis. Daar waren ook veel tollenaars en allerlei
slechte mensen. Want er gingen steeds veel van dat soort mensen met Jezus mee. De
wetsleraren die bij de farizeeën hoorden, zagen wat Jezus deed. Ze zeiden tegen
zijn leerlingen: ‘Je hoort niet te eten met tollenaars en slechte mensen.’ Toen
Jezus dat hoorde, zei hij: ‘Een dokter is er niet voor gezonde mensen, maar
voor zieke mensen. Met mij is het net zo. Ik ben er niet voor goede mensen.
Maar ik ben gekomen om aan slechte mensen het goede nieuws te vertellen.’
Jezus ging weer naar het meer. Er kwam een grote groep
mensen naar hem toe. Jezus gaf ze uitleg over God. Onderweg zag hij Levi, de
zoon van Alfeüs, bij het tolhuis zitten. Jezus zei tegen hem: ‘Kom, ga met mij
mee.’ Levi stond op en ging met Jezus mee. Later gingen Jezus en zijn
leerlingen eten bij Levi thuis. Daar waren ook veel tollenaars en allerlei
slechte mensen. Want er gingen steeds veel van dat soort mensen met Jezus mee. De
wetsleraren die bij de farizeeën hoorden, zagen wat Jezus deed. Ze zeiden tegen
zijn leerlingen: ‘Je hoort niet te eten met tollenaars en slechte mensen.’ Toen
Jezus dat hoorde, zei hij: ‘Een dokter is er niet voor gezonde mensen, maar
voor zieke mensen. Met mij is het net zo. Ik ben er niet voor goede mensen.
Maar ik ben gekomen om aan slechte mensen het goede nieuws te vertellen.’
Jezus ging weer naar het meer. Er kwam een grote groep
mensen naar hem toe. Jezus gaf ze uitleg over God. Onderweg zag hij Levi, de
zoon van Alfeüs, bij het tolhuis zitten. Jezus zei tegen hem: ‘Kom, ga met mij
mee.’ Levi stond op en ging met Jezus mee. Later gingen Jezus en zijn
leerlingen eten bij Levi thuis. Daar waren ook veel tollenaars en allerlei
slechte mensen. Want er gingen steeds veel van dat soort mensen met Jezus mee. De
wetsleraren die bij de farizeeën hoorden, zagen wat Jezus deed. Ze zeiden tegen
zijn leerlingen: ‘Je hoort niet te eten met tollenaars en slechte mensen.’ Toen
Jezus dat hoorde, zei hij: ‘Een dokter is er niet voor gezonde mensen, maar
voor zieke mensen. Met mij is het net zo. Ik ben er niet voor goede mensen.
Maar ik ben gekomen om aan slechte mensen het goede nieuws te vertellen.’
Jezus ging weer naar het meer. Er kwam een grote groep
mensen naar hem toe. Jezus gaf ze uitleg over God. Onderweg zag hij Levi, de
zoon van Alfeüs, bij het tolhuis zitten. Jezus zei tegen hem: ‘Kom, ga met mij
mee.’ Levi stond op en ging met Jezus mee. Later gingen Jezus en zijn
leerlingen eten bij Levi thuis. Daar waren ook veel tollenaars en allerlei
slechte mensen. Want er gingen steeds veel van dat soort mensen met Jezus mee. De
wetsleraren die bij de farizeeën hoorden, zagen wat Jezus deed. Ze zeiden tegen
zijn leerlingen: ‘Je hoort niet te eten met tollenaars en slechte mensen.’ Toen
Jezus dat hoorde, zei hij: ‘Een dokter is er niet voor gezonde mensen, maar
voor zieke mensen. Met mij is het net zo. Ik ben er niet voor goede mensen.
Maar ik ben gekomen om aan slechte mensen het goede nieuws te vertellen.’
Jezus ging weer naar het meer. Er kwam een grote groep
mensen naar hem toe. Jezus gaf ze uitleg over God. Onderweg zag hij Levi, de
zoon van Alfeüs, bij het tolhuis zitten. Jezus zei tegen hem: ‘Kom, ga met mij
mee.’ Levi stond op en ging met Jezus mee. Later gingen Jezus en zijn
leerlingen eten bij Levi thuis. Daar waren ook veel tollenaars en allerlei
slechte mensen. Want er gingen steeds veel van dat soort mensen met Jezus mee. De
wetsleraren die bij de farizeeën hoorden, zagen wat Jezus deed. Ze zeiden tegen
zijn leerlingen: ‘Je hoort niet te eten met tollenaars en slechte mensen.’ Toen
Jezus dat hoorde, zei hij: ‘Een dokter is er niet voor gezonde mensen, maar
voor zieke mensen. Met mij is het net zo. Ik ben er niet voor goede mensen.
Maar ik ben gekomen om aan slechte mensen het goede nieuws te vertellen.’
Jezus ging weer naar het meer. Er kwam een grote groep
mensen naar hem toe. Jezus gaf ze uitleg over God. Onderweg zag hij Levi, de
zoon van Alfeüs, bij het tolhuis zitten. Jezus zei tegen hem: ‘Kom, ga met mij
mee.’ Levi stond op en ging met Jezus mee. Later gingen Jezus en zijn
leerlingen eten bij Levi thuis. Daar waren ook veel tollenaars en allerlei
slechte mensen. Want er gingen steeds veel van dat soort mensen met Jezus mee. De
wetsleraren die bij de farizeeën hoorden, zagen wat Jezus deed. Ze zeiden tegen
zijn leerlingen: ‘Je hoort niet te eten met tollenaars en slechte mensen.’ Toen
Jezus dat hoorde, zei hij: ‘Een dokter is er niet voor gezonde mensen, maar
voor zieke mensen. Met mij is het net zo. Ik ben er niet voor goede mensen.
Maar ik ben gekomen om aan slechte mensen het goede nieuws te vertellen.’
Jezus ging weer naar het meer. Er kwam een grote groep
mensen naar hem toe. Jezus gaf ze uitleg over God. Onderweg zag hij Levi, de
zoon van Alfeüs, bij het tolhuis zitten. Jezus zei tegen hem: ‘Kom, ga met mij
mee.’ Levi stond op en ging met Jezus mee. Later gingen Jezus en zijn
leerlingen eten bij Levi thuis. Daar waren ook veel tollenaars en allerlei
slechte mensen. Want er gingen steeds veel van dat soort mensen met Jezus mee. De
wetsleraren die bij de farizeeën hoorden, zagen wat Jezus deed. Ze zeiden tegen
zijn leerlingen: ‘Je hoort niet te eten met tollenaars en slechte mensen.’ Toen
Jezus dat hoorde, zei hij: ‘Een dokter is er niet voor gezonde mensen, maar
voor zieke mensen. Met mij is het net zo. Ik ben er niet voor goede mensen.
Maar ik ben gekomen om aan slechte mensen het goede nieuws te vertellen.’